Persspiegel 6 – augustus 2004
Marie Immers, Marie van Trien Bol uit Ginderbroek, geboren in 1909, bezit een schrift met liedjes die in het café van Jan Bol en later van zijn zoon Warke Bol (kolenhandelaars Molenberghs) gezongen werden. Iedereen zong dan mee, vooral als er “refrein” geroepen werd.
Het waren vooral liedjes die de liedjeszangers op de markt met hart en ziel zongen en zo aan de toehoorders hun liedblaadjes verkochten.
Het volgende liedje verhaalt een kinderroof bij Kasterlee dat op 27 november 1912 echt is gebeurd. De 9-jarige Maria Bisschops overleef-de gelukkig de misdaad.
De kinderroof bij Kasterlee
1. Ach vrienden, hoort eens met gedacht
Waar ’t mensdom toch is gebracht.
Een kind van negen jaar
Moet lijden als een martelaar.
Men spreekt in dorp en stee
Van het kind van Kasterlee
Dat met een wreed gedacht
is naar het bos gebracht.
Refr. Ja, gans de duistere nacht
Heeft dat kind daar doorgebracht
Van haar klederen ontbloot
Bedreigd, ja met de dood
Het riep zo menige keer
Op vader en moeder teer
Met t’oogjes vol getraan
Ach beul, laat mij toch gaan!
Handelaars in molenstenen
Andries Van Gestel bouwde omstreeks 1790 een windmolen op Peerdskerkhof. In het midden van de nacht van 20 juli 1935 schoot de molen in brand. Tegen de morgen stuikte hij als een brandende toorts met een dof gedruis in elkaar.
Het hele verhaal van de Peerdskerkhofmolen hebben we beschreven in de reeks Zo leefde Ginderbroek nr. 7.
De molenstenen kwamen uit de Eifel, omgeving Andernach. Langs de Rijn en de Maas voerde men ze naar hier. Het vervoer van die molenstenen over het land vroeg drie tot vijf paarden.
De hertogelijke rentmeester en de schepenen van de voogdij waakten over het geregeld vervangen van de maalstenen op de wind- en watermolens. Te veel afslijting bij oude molenstenen gaf immers gruis in het meel wat de kiezen vlugger deed slijten.
Onderwijzer Emiel Van Ballaer woonde in de Nieuwstraat. Zijn boeken en schriften kwamen op de kamer van Heemkunde terecht.
Meester Van Ballaer was onder meer betrokken bij de soberheidsbond Sobrietas tegen het alcoholisme.
Hij blijkt ook een devoot man te zijn geweest met pedagogische en muzikale bekommernissen. Op 11 april 1952 kreeg Emiel Van Ballaer een dankkaart van een zekere Rudolf Knotek uit de Platterstraat in Wiesbaden die hem bedankte voor een voedselpakket dat met Pasen was toegekomen. Knotek blijkt een priester te zijn die Duitse vluchtelingen hielp via Oostpriesterhulp.